Navigatie overslaan

Ack-van-Rooyen-2017-10-15-foto-Joke-Schot-14-1024x683

(foto Joke Schot)

“Muziek is een gevoelskwestie, geen rekensom”

Vrijdag 3 januari vierde Ack van Rooyen zijn negentigste verjaardag in het Bimhuis. Tal van muzikale gasten waren uitgenodigd. Maar ook schrijver Kees van Kooten en een bevriende Amerikaanse voormalige luchtmachtsoldaat die nog ouder was dan de jubilaris. Zelden was het zo druk in het Amsterdamse  jazztheater..

Vier dagen later kijkt de trompettist en bugelspeler thuis in Den Haag tevreden op de feestavond terug. Hij wordt beschouwd als één van de mensen die in de jaren veertig van de vorige eeuw de nieuwe jazz in ons land introduceerde. En hij is de enige van zijn generatie die nog altijd muzikaal actief is. Komende zondag speelt hij in Zandvoort met zijn vaste pianist Juraj Stanik. ,,Maar eerst moet ik morgenavond nog in Keulen aan de bak,’’ zegt hij laconiek, alsof het gaat om boodschappen bij de super om de hoek.

Als tiener stond Van Rooyen tijdens de oorlogsjaren al op het podium bij de Snip & Snap Revue. In 1946 vertrekt hij met zijn eveneens trompet spelende broer Jerry – die later naam zou maken als componist en arrangeur – met het orkest van Tom van der Stap naar Nederlands Indië om daar voor de Hollandse militairen te spelen. Eenmaal terug in Den Haag bezoekt hij het conservatorium, waar hij drie jaar later met lof afgestudeert. Klassiek trompet uiteraard, in die tijd.

Maar Ack van Rooyen heeft nooit onderscheid tussen muziekgenres gemaakt. ,,Mensen denken vaak dat je muziek moet ‘begrijpen’. Maar voor mij is alleen maar belangrijk of je er op kunt dansen, of niet. Muziek is een gevoelskwestie, geen rekensom.’’

Na, weer samen met broer Jerry, bij de legendarische Ramblers gespeeld te hebben begon eind jaren vijftig Acks internationale carrière. Eerst in Parijs bij de band van Aimé Barelli in Parijs – ,,Dat was een geweldige trompettist.’’ – en vervolgens, in de jaren zestig, bij het radio-dansorkest van Sender Freies Berlin. ,,Ik heb daar zeven jaar gewoond. Berlijn was in die tijd het Mekka van de bigbands. Die waren enorm populair.’’

Zijn werkterrein kwam steeds meer in Duitsland te liggen. Vaak speelde hij als solist bij het orkest van Bert Kaempfert, ook op diens platen. En hij is op één album – ‘In the Mood for Trumpets’ – te horen van die andere, in Nederland nog veel populairdere Duitse orkestleider, James Last. ,,Het verschil was dat Kaempfert zich vooral op de Amerikaanse markt richtte. ‘Easy listeing’, zoals dat heette. En James Last was echt voor de Europeanen.’’

Het gevolg van die Duitse avonturen was wel, dat Van Rooyen in eigen land nooit zo beroemd werd als musici als Rogier van Otterloo, Thijs van Leer en Louis van Dijk, die dankzij invloedrijke televisiemakers als Willem Duys voortdurend op de buis te zien waren en tot bekende Nederlanders uitgroeiden. ,,Ja, dat klopt. Maar Duys wist weldegelijk wie ik was, hoor!’’

In 1991 werd hij uitgenodigd om op het legendarische Montreux Jazzfestival mee te spelen in een groot orkest onder leiding van Quincy Jones. Met als solist Miles Davis – twee maanden voor diens overlijden – werd een selectie Davis-klassiekers uitgevoerd. Een stukje jazzhistorie dat ook in de afgelopen jaar verschenen docu ‘Birth of the Cool’ voorbij komt. ,,Ja dat was mooi,’’ zegt de Nederlandse trompettist en bugel-speler. ,,Een geweldige happening. En de muziek waarmee ik opgegroeid was.’’

Over van Rooyens eigen spel is wel gezegd dat het zo natuurlijk klinkt als de zang van een vogel. En als luisteraar kan hij zich nog altijd laten verrassen door muziek, zegt hij. ,,Als er geïmproviseerd wordt weet je immers nooit wat er gaat gebeuren. En in feite is alle muziek geïmproviseerd, ook die van Bach. Alleen schreef hij het later op.’’

Peter Bruyn

Januari/juni 2020

Ack van Rooyen bij het orkest van Bert Kaempfert met de melodie die hem bekend maakte over de hele wereld.

%d bloggers liken dit: