Skip navigation

Oor jaarlijst-analyse 2015:

 

Dat was natuurlijk even schrikken, een week of twee geleden: Wilders politicus van het jaar. Ik zal er verder geen woord aan vuil maken; evenmin als aan de sportman van het jaar, shorttracker Sjinkie Knegt – ik had nooit van hem gehoord. Ik wist nooit dat er ook een ‘website van het jaar’ bestond – dit jaar nota bene www.politie.nl – of een ‘Uitzendburo van het jaar’ ( ‘OTTO Work Force’ ???).

Maar waar een beetje googlen al niet goed voor is: Ik weet nu dat De Barbier uit Veldhoven tot kapsalon van 2015 is uitverkozen en Faunaland Meevis in Weert tot ‘Kleine dierenwinkel van het jaar’. Er blijken een ‘leraar van het jaar’, een ‘hond van het jaar’ en een ‘auto van het jaar’ te zijn. Maar ook een ‘Bloemist van het jaar’, een ‘App van het jaar’, een ‘Studentenhuis van het jaar’, een ‘Wereldverbeteraar van het jaar’ en een ‘Woonboot’ van het jaar.

En die moeten allemaal verkozen worden. Men blijkt er gek op. Iedere verkiezing levert immers weer lijstjes. En lijstjes geven inzicht waarover verder niet nagedacht hoeft te worden – althans die suggestie wordt vaak gewekt. Hoger op het lijstje wordt automatisch gelezen als ‘beter’. Hoe die lijstjes tot stand komen, wie er belang bij hebben en in hoeverre de samenstelling van die lijstjes ‘gestuurd’ kan worden is een open vraag. Draai een gauwe ouwe op Radio 2 en vraag de luisteraars vervolgens of ze hun stem voor de Top-2000 al uitgebracht hebben. Gegarandeerd dat de zojuist gedraaide plaat opeens goed scoort.

Lijstjes zijn een hype. Maar gelukkig is er ook nog de Oor-jaarlijst – al minstens zo’n veertig jaar lang een baken voor iedere popmuziekliefhebber. Nou ja, ik chargeer natuurlijk een beetje, maar je kunt er niet omheen dat ‘de jaarlijst’ voor menigeen die zijn of haar abonnement al decennia geleden opzegde nog altijd een reden is om in ieder geval éénmaal per jaar het blad te kopen: Het kerstnummer. Het ‘lijstjesnummer’

Toch vraagt die lijst om enige nuancering. Cijfers kunnen dan wellicht ‘exact’ zijn, die interpretatie van die cijfers maakt niet zelden goede sier met slechts een schijn van exactheid. Over dit soort zaken schreef Coen de Bruijn – absoluut geen familie; de statistische kans om ‘Bruijn’ of ‘Bruyn’ te heten in dit land is behoorlijk groot – het zeer verhelderende boek ‘Van Tofu krijg je Geheugenverlies; Gekonkel en gestuntel met statistiek in media, politiek en reclame’ (2010, Uitg. Het Tweede Gezicht, Den Haag), waar ik ook bij eerdere analyses al regelmatig naar verwees.

1

Sufjan Stevens – Carrie & Lowell

 

Enfin, twee middagen tellen in het café met een goed biertje – maar niet teveel! – leverde het volgende op:

Ooit, in de jaren zeventig, werd de Oor-jaarlijst nog samengesteld door amper twintig journalisten. Nu zijn dat er bijna driemaal zoveel. Dat levert interessantere cijfers op.

Echter, hoe relevant zijn deze cijfers? Kun je wel tot in het oneindige blijven doortellen en rangschikken, of moet je ergens een duidelijke streep trekken om de zaken een beetje serieus betekenisvol te houden?

Ik voer de ‘analyse’ dit jaar voor de tiende keer uit (2005, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015) wat – ervan uitgaande dat de groep deelnemers over die periode grofweg constant is – weldegelijk enig inzicht begint op te leveren. Hierbij de resultaten van enkele dagdelen tellen, hertellen en toetsen aan wat statistische principes:

Om te beginnen de top-30 zoals die in de Oor #12 (dec 2015) verschenen is, maar nu met het behaalde puntenaantal erbij vermeld – nummer één in ieder lijstje kreeg 10 punten, nummer twee 9, etc. Plus tussen haakjes het aantal keren dat het album genomineerd werd. Bij gelijk puntenaantal gaat hoogste aantal nominaties voor. Zoals je hieronder ziet tel ik door tot en met plek 34, omdat ik dan alle albums met 17 punten ondervangen heb. Het album dat op plaats 25 komt heeft dus 16 punten.

Mijn lijst komt qua volgorde vrijwel met die van Oor overeen, afgezien van The Arcs, die vanwege slechts twee nominaties een paar plaatsen zakt ten opzichte van Beach House, Low, Dr Dre en D’Angelo die ieder driemaal genomineerd zijn. Daarbij staat de nominatie van D’Angelo wellicht ter discussie, omdat dat album reeds in december 2014 verscheen.

Oor zelf noemt de albums vanaf nummer 21 al ‘Bubbling Under’. Niet zonder reden, omdat de relevantie van deze plekken in de lijst uiterst twijfelachtig is. Daar kom ik later nog op terug. Maar het simpele feit dat één enkele extra deelnemer het album van The Arcs of Jason Isbell – door het 10 punten te geven van plaats 33 of 34 tot in de top 20 kan doen laten stijgen, geeft wel aan dat de onderlinge rangorde vanaf pakweg plaats 20 van generlei betekenis meer is.

Lijst 1:

1 Sufjan Stevens – Carrie & Lowell 196 (26)
2 Kendrick Lamar – To pimp a Butterfly 164 (20)
3 Tame Impala – Currents 143 (19)
4 Courtney Barnett – Sometimes I sit
and think and sometimes I just sit 97 (17)
5 Father John Misty – I love you Honeybear 87 (12)
6 Jamie xx – In Colour 65 (11)
7 Unknown Mortal Orchestra – Multi-Love 53 (9)
8/9 Alabama Shakes – Sound & Color 50 (8)
8/9 Kurt Vile – B’lieve I’m going down… 50 (8)
10 Kamasi Washington – The Epic 49 (9)
11 Julia Holter – Have you in my Wilderness 42 (8)
12 Vince Staples – Summertime ’06 41 (7)
13 Joanna Newsom – Divers 40 (6)
14 Hunee – Hunch Music 34 (5)
15 Blur – The magic Whip 33 (6)
16 Destroyer – Poison Season 33 (5)
17 FFS – FFS 30 (5)
18 Ghost – Meliora 28 (4)
19 Viet Cong – Viet Cong 27 (5)
20 Balthazar – Thin Walls 26 (4)
21 Sleater–Kinney – No Cities to love 25 (4)
22 Girl Band – Holding Hands with Jamie 23 (4)
23 Ryley Walker – Primrose Green 23 (3)
24 Rats on Rafts – Tape Hiss 22 (4)
25 Deerhunter – Fatal Frontier 21 (4)
26 Tobias Jesso Jr – Goon 19 (4)
27 Björk – Vulnicura 18 (5)
28 Ultimate Painting – Green Lanes 18 (4)
29/32 Beach House – Depression Cherry 17 (3)
29/32 Low – Ones and Sixes 17 (3)
29/32 Dr. Dre – Compton 17 (3)
29/32 D’Angelo & The Vanguard – Black Messiah 17 (3)
33/34 The Arcs – Yours, Dreamily 17 (2)
33/34 Jason Isbell – Something more than free 17 (2)

lamar

Kendrick Lamar – To pimp a Butterfly

 

Maar voordat ik het in meer detail over de relevantie van de lijst ga hebben eerst even een opmerking over de wijze van samenstellen. Doorslaggevend bij Oor – en veel andere lijsten – is het puntenaantal en bij gelijk puntenaantal is het aantal nominaties bepalend. Er is echter ook iets te zeggen voor een telling waarbij het aantal nominaties het zwaarste weegt en daarna pas – bij gelijk aantal nominaties – het totaal aantal punten dat een album scoort. Bij het Britse muziekblad The Wire geeft men hier bijvoorbeeld doorgaans de voorkeur aan. Maar ook de Nederlandse website Muzieklijstjes.nl – dat eveneens jaarlijks de Oorlijst bijhoudt – hanteert deze rangschikking.

Mede uit eigen ervaring weet ik dat lijstjessamenstellers misschien nog wel meer hechten aan de vraag welke tien platen in hun lijstje komen – en dus in Oor afgedrukt worden – dan aan de precieze volgorde van dat lijstje. Onderbouwing voor die gedachte vond ik in het verleden regelmatig bij het lezen van de blogs van diverse samenstellers. De vraag welke albums de top-10 überhaupt zouden halen leverde meer getob op dan de exacte positie van de tien geselecteerde albums.

Een alternatieve Top 15 waarbij het aantal nominaties doorslaggevend is zou er zo uitzien:

Lijst 2:
1 Sufjan Stevens – Carrie & Lowell 196 (26)
2 Kendrick Lamar – To pimp a Butterfly 164 (20)
3 Tame Impala – Currents 143 (19)
4 Courtney Barnett – Sometimes I sit and think And sometimes I just sit 97 (17)
5 Father John Misty – I love you Honeybear 87 (12)
6 Jamie xx – In Colour 65 (11)
7 Unknown Mortal Orchestra – Multi-Love 53 (9)
8 Kamasi Washington – The Epic 49 (9)
9 Alabama Shakes – Sound & Color 50 (8)
10 Kurt Vile – B’lieve I’m going down… 50 (8)
11 Julia Holter – Have you in my Wilderness 42 (8)
12 Vince Staples – Summertime ’06 41 (7)
13 Joanna Newsom – Divers 40 (6)
14 Blur – The magic Whip 33 (6)

(Ik stop hier bij nummer 15, omdat ik verderop zal aantonen dat albums met minder dan 6 nominaties eigenlijk al niet meer relevant te noemen zijn binnen de telling. Pech voor Hunee, Destroyer, FFS, Viet Cong en Björk – met name de laatste zou in een op nominaties gebaseerde lijst 9 plaatsen sijgen en op plek 19 terecht komen.)

Het meest relevante verschil tussen Lijst 2 en lijst 1 is de stijging van Kamasi Washington van 10 naar 8 als er op basis van nominaties wordt geteld.

Verder kun je aan beide bovenstaande lijsten al zien dat de Oorpoll dit jaar een statistisch sterke top-4 heeft opgeleverd met significante onderlinge verschillen, ongeacht of je telt op basis van punten of van nominaties. (Beide telmethoden leveren zelfs exact dezelfde top-7 op)

tame

Tame Impala – Currents

 

Vorig jaar heb ik voor de aardigheid nog twee andere wijzen van samenstellen uitgeprobeerd die ik hier nog eens wil herhalen:

Hoe zou de lijst er uit hebben gezien als alle deelnemers slechts één album hadden mogen noemen? Ik heb dus gekeken naar de platen die de deelnemers als nummer één in hun jaarlijstje hebben genoemd. Hierbij het overzicht van de platen die door meer dan één deelnemer op de bovenste plek werden gezet:

Artiest Aantal keren op 1
1 / 2 Sufjan Stevens 7
1 / 2 Tame Impala 7
3 Kendrick Lamar 6
4 Father John Misty 3
5 / 6 Alabama Shakes 2
5 / 6 Blur 2

Tabel 1 laat dus zien dat Kendrick Lamar en Tame Impala bij deze telmethode van plaats gewisseld hebben, terwijl Courtney Barnett helemaal uit de top-5 verdwenen is. Maar erg relevant is dat natuurlijk niet, gezien de kleine aantallen waar het hier om gaat en waarbij één extra nummer 1 natuurlijk al een relatief grote impact heeft.

De zaken worden alweer ietsje relevanter als we bij alle deelnemers niet alleen naar de nummer één kijken, maar per deelnemer de top-3 in acht nemen. En daarbij dan het aantal keren genoemd zijn als uitgangspunt nemen (tabel 2). Dan krijgen we een eindlijst waarbij de top-3 al niet meer verschilt van de Oorlijst, lijst 1.

Tabel 2:
Artiest Aantal keren genoemd in top-3
1 Sufjan Stevens 17
2 Kendrick Lamar 14
3 Tame Impala 11
4 Father John Misty 5
5 / 8 Courtney Barnett 4
5 / 8 Jamie xx 4
5 / 8 Alabama Shakes 4
5 / 8 Vince Staples 4

Het stuivertje wisselen van Courtney Barnett met Father John Misty is hier ook niet gebaseerd op een significant verschil. Alleen de positie van Vince Staples zou je hier, in relatieve zin althans, opmerkelijk kunnen noemen: Meer dan de helft ( 4 van de 7) van de samenstellers die dit album nomineerden zetten de plaat van Staples ook in hun top-30. Bij Courtney Barnett was dit minder dan een kwart (4 van de 17)

Toch vraag ik mij af of deze alternatieve wijze van naar de lijstjes kijken – zoals in tabel 1 en 2, bedoel ik dan – voldoende interessant materiaal oplevert om in 2016 nog eens te herhalen.

Cournetbarnett

Courtney Barnett – Aometimes I sit and think, and sometimes I just sit

 

Dan nu het echte werk. De relevantie van de lijst en de vraag hoe significant de verschillen zijn. Daarvoor gaan we terug naar de oorspronkelijke Oorlijst.

Wat de relevantie betreft:

Er deden dit jaar evenals in 2014, 2013 en 2012 vijfenvijftig samenstellers mee aan de jaarlijstjes. Vijf minder dan in 2011 en in 2009. In 2010 waren er vijftig deelnemers en in 2008 maar liefst 64. In 2007 vijftig en in 2006 en 2005 werd er in beide gevallen door 44 samenstellers deelgenomen. Hoe meer deelnemers, of respondenten, hoe betrouwbaarder de statistiek en hoe meer mogelijkheden om de resultaten succesvol te analyseren en interpreteren. Maar dat is evident. (Zie tabel 3)

Tabel 3
Jaar Aantal
2005 44
2996 44
2007 50
2008 64
2009 60
2010 50
2011 60
2012 55
2013 55
2014 55
2015 55

De 55 deelnemers van 2015 hadden in theorie in totaal 10 x 55 = 550 verschillende albums kunnen nomineren. Ze nomineerden in totaal 269 albums, wat neerkomt op 4,76 ‘unieke albums’ per samensteller. (ter vergelijking: in 2014 werden 262 verschillende albums genoemd) Hoe meer unieke albums per lijstje, hoe meer de samenstellers van elkaar verschillen in hun opvatting wat de belangrijke platen van het jaar zijn. (Zie tabel 4)
Tabel 4.

jaar Aantal unieke albums per respondent
2007 5,56
2008 5,03
2009 5,53
2010 5,50
2011 5,20
2012 5,31
2013 5,04
2014 4,76
2015 4,89

 

 

Je kunt hier niet spreken van een significant verschil tussen 2015 en 2014. Hooguit kun je met een flinke slag om de arm zeggen dat de lijstsamenstellers het de laatste twee jaar een tikkeltje meer met elkaar eens lijken te zijn dan pakweg in de periode 2007 – 2012.

Hoeveel ‘unieke albums per lijst’ er worden genomineerd hangt niet alleen af van het aantal releases waaruit een keuze kan worden gemaakt, maar in praktijk nog meer van de ‘muzikale kleur’ binnen het deelnemersveld. Specialisten onder de deelnemers (reggae-, deathmetal-, hiphop-, singersongwriter-, progrock-deskundigen, etc) zullen eerder geneigd zijn albums te nomineren die niemand anders noemt dan generalisten doen. De Oorjaarlijst wordt al jaren overwegend door generalisten samengesteld, wat méér bruikbare gegevens oplevert – omdat albums die slechts éénmaal genoemd worden statistisch vooral ‘ruis’ opleveren.

Dat vaststellend, zou het best kunnen dat de voorzichtig toenemende overeenstemming die over de laatste vijf, zes jaar in de jaarlijsten waargenomen kan worden, gerelateerd is aan een toenemend aantal ‘generalisten’ onder de deelnemers. (En hoewel ik mij hier uiteraard slechts met kwantitatieve gegevens mag bezighouden en mijn persoonlijke indruk van albums en deelnemers buiten deze analyse moet houden, kan ik mij, net als voorgaande jaren, niet helemaal onttrekken aan de indruk dat het aantal specialisten onder de deelnemers afneemt, wat in dit geval dus de eensgezindheid in de hand werkt.)

 

fatherjohn

Father John Misty – I love you, Honeybear

 

 

Van de 269 albums die in totaal genomineerd werden door de samenstellers van 2015, werden er maar liefst 178 slecht één keer genoemd. Dat is 66%. Op albums die slechts één keer genoemd worden is geen serieuze statistiek te beoefenen. Één keer genomineerd worden is niet zelden een toevalstreffer. Wat ons bij de jaarlijsten interesseert zijn die albums waarover wellicht niet alle, maar toch veel samenstellers het eens zijn. Kortom 178 van de 269 genomineerde albums zijn eigenlijk slechts ‘ruis’ binnen de statistiek.

 

Tabel 5 geeft aan dat het percentage ruis tamelijk constant is gebleven over de laatste zes jaar – ook de jaren daarvoor was het een of twee procentjes meer of minder. Echter geen significante verschillen.

 

 

Tabel 5

2010 2011 2012 2013 2014 2015
% ruis 70 67 66 67 64 66

 

 

Maar doen de 91 resterende albums, die dus twee of meer keer genomineerd zijn, er dan allemaal statistisch wel toe? Ook daar kun je serieuze vraagtekens bij zetten. Om dat te kunnen doen moet je echter eerst enkele premissen vaststellen:

 

Statistiek berust op cijfers. ‘Harde cijfers’ wordt wel gezegd. En ‘cijfers liegen niet’. Maar cijfers kunnen wel onzin verkopen als je ze niet op de juiste wijze interpreteert. En die interpretatie berust op aannames en afspraken die in de logica ook wel ‘premissen’ worden genoemd. Die premissen moeten helder en eenduidig zijn voor degenen aan wie je de resultaten vaan je statistiek presenteert. Als dat niet heet geval is, dan worden de resultaten vrijblijvend.

In het geval van de Oorjaarlijst ga ik daarom van de volgende aannames uit: Uit de individuele lijstjes van 55 recensenten, journalisten en programmeurs – kortom ‘insiders’ – wordt de lijst samengesteld van albums die er toe doen. Stel nu eens dat je als premisse vaststelt dat het minimumcriterium waarbij een album interessant en relevant genoeg is om verder over te discussiëren is, dat dat album door tien procent van de samenstellers wordt genomineerd (wat dus betekent dat negentig procent van de samenstellers de plaat in kwestie niet eens de moeite vindt om ook maar op de tiende plaats in zijn of haar lijstje te zetten!). Daarmee is de lat voor een ‘relevant album’ toch behoorlijk laag gehouden, lijkt mij.

Door minimaal tien procent genomineerd betekent in het geval van de Oorjaarlijst 2015: door 5,5 samenstellers, dat is afgerond 6 samenstellers. Een blik op de Oor-lijst (lijst 1) leert dan dat onder plaats 15 (Blur) een dikke streep moet worden getrokken en dat in feite Hunee op plek 14 ook uit de boot valt, zodat je eigenlijk de top-14 overhoudt zoals die in lijst 2 is weergegeven.

 

In tabel 6 zie je hoeveel albums er de afgelopen jaren door minimaal 10% van de respondenten werden genomineerd.

 

Tabel 6

jaar 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
Aantal albums door minimaal 10% respondenten genomineerd 22 12 14 21 16 15 17 15 14

 

Hoe meer albums door minimaal 10% van de respondenten genomineerd wordt, des te eensgezinder de groep. Dit is een andere wijze om de eensgezindheid van de deelnemende respondenten uit te drukken. Maar hier betreft het eensgezindheid met betrekking tot albums die ‘relevant’ waren voor in het betreffende jaar, niet de ‘absolute topper’. De tabel laat een wat schommelend verloop zien en vergelijking met tabel 4 leert dat de conclusie m.b.t. ‘eensgezindheid’ niet op basis van een enkel gegeven zoals gedefinieerd in tabel 4 of 6 kan worden gebaseerd.

 

Nog even terug naar het uitgangspunt voor tabel 6: Dat een album door 10% van de respondenten wordt genomineerd (en dus door 90% geheel wordt genegeerd) is toch wel een absolute minimumeis die je aan een album mag stellen om bij consensus ‘relevant’ te zijn, was mijn uitgangspunt. Alles daaronder is – hoe boeiend of spannend muzikaal ook – als statistisch materiaal amper interessant. Dat wordt onderstreept als we straks naar de concrete puntenaantallen en de al dan niet significante onderlinge verschillen gaan kijken. Vandaar – en dat heb ik de afgelopen jaren ook reeds betoogd – is het vanuit statistisch oogpunt onzin is om verder te kijken dat de eerste twintig albums van de Oorlijst. De tien albums die als ‘Bubbling Under’ worden genoemd zijn statistisch inwisselbaar en goed beschouwd geldt dat ook al voor de albums op de plekken 16 t/m 20. De lijst door laten lopen tot bijvoorbeeld plaats 40, wat in het verleden wel eens gebeurd is, levert alleen maar verwarring en flauwekul op.

 

jamie

Jamie xx – In Colour

 

 

Maakt verder niet uit, want het zijn natuurlijk de bovenste platen die er echt toe doen. Maar hoeveel doen ze er toe? Ik heb hierboven mijn ‘één op tien’ premisse voor relevantie toegelicht. Laten we het echter nu eens niet over ‘relevante’, maar over ‘echt belangrijke’ platen hebben. Albums waar werkelijk over gesproken wordt in het popcircuit. Albums waarover iedereen wel een mening heeft. Albums die je ‘gehoord moet hebben!’ Wat voor criterium leg je daarvoor aan?

Dat is natuurlijk wederom een aanname, een premisse. Omdat ik deze analyse in m’n eentje zit te typen is het volgende niet echt een ‘consensus’, maar ik hoop dat de lezer mijn aanname begrijpt. Ik stel, evenals voorgaande jaren, voor dat een ‘belangrijk album’ een album is dat door minimaal één op de vier samenstellers überhaupt de moeite waard wordt gevonden om in zijn of haar eindlijstje op te nemen. Dat impliceert dus dat drie van de vier samenstellers zo’n album niet noemen. Ook die lat is niet onredelijk hoog gelegd, lijkt mij. Dan zijn de belangrijke albums die albums die in 1015 minimaal 13,75 keer, dus afgerond 14 keer genomineerd werden.

Dat blijken er vier te zijn – Sufjan Stevens, Kendrick Lamar, Tame Impala en Courtney Barnett. En dat is het dubbele van beide voorgaande jaren. En hoewel je voorzichtig moet zijn met conclusies kun je spreken van een overtuigende verdubbeling, want ook nummer vier, Courtney Barnett, heeft met 17 nominaties de ‘drempel’ van 13 ruimschoots gehaald.

 

Tabel 7 geeft het aantal door minimaal 25% van de deelnemers genomineerde albums over een aantal jaren.

 

Tabel 7

jaar 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
Aantal albums dat door minstens 25% van respondenten genomineerd is 3 3 2 2 1 1 2 2 4

 

Daaruit mag je volgens mij toch wel voorzichtig concluderen dat er dit jaar méér consensus bij de polldeelnemers was met betrekking tot de albums ‘die je echt gehoord moet hebben’.

 

umo

Unknown Mortal Orchestra = Multi-Love

 

 

Een andere vraag in dit verband luidt: Hoeveel consensus bestaat er met betrekking tot de nummer één positie? Je zou het aantal nominaties gedeeld door het aantal samenstellers het ‘nominatie quotiënt’ (NQ) kunnen noemen. En het aantal behaalde punten gedeeld door het maximaal haalbare aantal punten de ‘score quotiënt’ (SQ). Hoe hoger de quotiëntwaarde des te meer consensus er bestaat m.b.t. die plaat als ‘plaat van het jaar’. De maximaal haalbare waarde voor zowel SQ als NQ is dan 1,0. De nummer één albums van de afgelopen acht jaar en hun quotiënten zijn weergegeven in tabel 8:

 

 

Tabel 8:

Jaar Album SQ NQ
2015 Sufjan Stevens 0,36 0,47
2014 The War on Drugs 0,31 0,47
2013 Nick Cave and the bad Seeds 0,21 0,29
2012 Alt-J 0,21 0,31
2011 PJ Harvey 0,16 0,22
2010 Arcade Fire 0,21 0,32
2009 The XX 0,18 0,27
2008 TV on the Radio 0,21 0,33
2007 Arctic Monkeys 0,20 0,28

 

 

Dat levert toch wel een onomwonden resultaat op: Het album van Sufjan Stevens is duidelijk de meest overtuigende – want breedst gedragen – nummer één van de jaren dat ik de Oorlijst geanalyseerd heb, op de voet gevolgd door The War on Drugs in 2014. De verschillen met de jaren daarvoor zijn significant. Een verklaring heb ik niet en wordt ook niet door de statistiek geleverd. Maar ik zou zeggen: Heren en dames columnisten, ga je gang.

 

Ook over de significantie van het rangorde in de top 20 van 2015 kan weldegelijk het één en ander opgemerkt worden:

 

Bij de statistiek van wetenschappelijke meetresultaten is ‘significantie’ een belangrijk begrip. Een rekenmachine is een dom ding. Die berekent alle mogelijke gegevens die je er in stopt tot talloze cijfers na de komma. Maar je hebt alleen wat aan gemeten verschillen als je zeker weet dat dat verschil niet het gevolg is van toeval of van onnauwkeurigheden in de meetmethode of –apparatuur. Als je iedere dag je loopje naar de supermarkt met een stopwatch meet en aan het eind van het jaar berekent dat je er gemiddeld 10 minuten en achtenveertig seconden over doet, en het jaar daarop gemiddeld tien minuten en zevenenveertig seconden, dan betekent dat niet dat je sneller bent gaan lopen. Dat is onzin. Misschien heb je dat eerste jaar een keer vaker even tussendoor je veters gestrikt of een was je een moment langer afgeleid door een etalage waar je bent blijven kijken. Die ene seconde is geen significant verschil.

En er is nog iets. Er kan weldegelijk een zorgvuldige en betrouwbare meting zijn verricht, die echter geen enkele relevantie blijkt te hebben binnen de context van de dagelijkse realiteit. Als Jan en Piet bijvoorbeeld beiden gretige bierdrinkers zijn, dan zou je, als je het dagelijkse cafébezoek van het duo dertig jaar consequent laat begeleiden en registreren door een laborant – en ook nog eens afspreekt dat ze thuis nooit drinken – misschien kunnen vaststellen dat Jan na 9,4 en Piet na 9,6 glas bier dronken is. (En dan gaan we er bij deze hypothese er voor het gemak even van uit dat Jan en Piet hetzelfde wegen, hetzelfde eetpatroon hebben, etc). Dan kun je uit een dergelijk dertig jaar durend, op meer dan tienduizend cafébezoeken gebaseerd onderzoek toch niet afleiden dat Jan vanavond in de kroeg eerder dronken is dan Piet. Als ze namelijk hun tiende glas achterover geslagen hebben zijn beiden teut. Tijdens een avondje stappen zegt een van de twee hoogstens ‘Ik sla een rondje over’, maar nooit ‘Ik drink van dit glas maar eens 0,2 deel minder.’

 

alabama

Alabama Shakes – Sound & Colour

 

 

Zo is het ook met de individuele jaarlijstjes ten opzichte van de Oor-jaarlijst. Ik heb al gesteld dat albums die maar door één enkele deelnemer genomineerd zijn als ‘statistische ruis’ moeten worden opgevat.

Maar als je die aanname doortrekt, betekent dat ook dat je eigenlijk niet van een significante afstand tussen twee albums kunt spreken als die kloof moeiteloos door één deelnemer teniet kan worden gedaan. Anders gezegd: Als blijkt dat bij een totaal van 55 deelnemers er één voor kan zorgen dat een album een aantal plekken op de ranglijst stijgt of daalt, dan kun je je afvragen of er wel sprake is van significante onderlinge verschillen binnen die lijst. Kijken we naar de Oorlijst van dit jaar (lijst 1), dan blijkt dat één enkele nieuwe deelnemer Vince Staples van plaats 12 naar plaats 8 kan laten stijgen.

Een redelijke minimum eis lijkt mij daarom dat een verschil significant is als het niet door één extra samensteller teniet kan worden gedaan. Eén extra samensteller staat voor een verschil van maximaal 10 punten.

 

Nadere bestudering van De Oorlijst 2015 (lijst 1) leert echter dat het in de bovenste regionen van de rangschikking dit jaar weldegelijk om significante verschillen gaat. Er zijn theoretisch minimaal vier extra deelnemers nodig om de nummer één plaats van Sufjan Stevens in gevaar te brengen en minstens drie fanatieke Tame Impala fans om Kendrick Lamar te bedreigen. Tussen Tame Impala en Courtney Barnett gaapt zelfs een gat van 46 punten! Een extra deelnemer die Father John Misty 10 punten geeft en Barnett nul, zou Misty weliswaar in puntenaantal naast Barnett kunnen brengen, maar dan zou Father John nog steeds achter Courtney blijven staan omdat zij aanzienlijk vaker genomineerd is. Zelfs achter Father John Misty gaapt weer een gat van méér dan twintig punten tot Jamie xx op plaats 6 en vervolgens is er 12 punter verschil – dus ook niet door één enkele deelnemer overbrugbaar – met nummer 7, Unknown Mortal Orchestra. Pas daaronder begint het meer diffuus te worden met stapjes van enkele punten per plaats op de ranglijst.

 

In gewoon boerenkool-Hollands betekent dat een top-7 met significante onderlinge verschillen en dat hebben we de afgelopen jaren niet zo nadrukkelijk gezien. Vanaf Unknown Mortal Orchestra moet de rangorde van de lijst echter met een flinke schep zout genomen worden. Eén enkele lijstjesdeelnemer kan een album dat op plaats 8 of lager staat zo vijf plaatsen doen duikelen of stijgen.

De rangorde vanaf plek 8 had als het ware hert resultaat kunnen zijn van een worp met een dobbelsteen. Maar dat betreft dan alleen de volgorde. Want dat ze in de lijst staan heeft weldegelijk enige relevantie omdat ze tot en met plaats vijftien – Blur – zoals we eerder vaststelden door minimaal 10% van de lijstdeelnemers zijn genomineerd

 

 

Samengevat levert dit de volgende realistische conclusies op m.b.t. de Oorjaarlijst 2015:

De cijfers over het totaal aantal genomineerde albums door de deelnemende respondenten, in combinatie met de ‘ruis’ – slechts 1 keer genoemd – leert dat het deelnemersveld aan journalisten, boekers, dj’s, etc in grote lijnen net zo gemêleerd (of homogeen) was als de voorgaande zeven jaar. Maar voorzichtig mag wel vastgesteld worden dat de deelnemers het net als vorig jaar een ietsepietsje meer met elkaar eens waren dan voorheen, omdat het aantal ‘unieke albums’ per deelnemer lager is.

Buiten kijf staat echter de overtuigende nummer één positie van Sufjan Stevens. Nog niet eerder werd de afgelopen negen jaar een koploper van de Jaarlijst zo breed door de deelnemers gedragen. Bijna de helft van de deelnemers nomineerde het album. Behalve Stevens maakten ook Kendrick Lamar, Tame Impala en Courtney Barnett albums die er toe doen. Alle vier werden door meer dan een kwart van de deelnemers genomineerd. Dat is méér dan in alle eerdere jaren dat ik gemeten heb. Maar ook daaronder, tot en met plaats zeven mag nog wel waarde gehecht worden aan de onderlinge rangorde. Ruis en willekeur maken het echter onmogelijk de in Oor afgedrukte lijst vanaf plek zestien nog enigszins statistisch serieus te nemen.

 

vile

Kurt Vile – B’lieve I’m going down…

 

 

En verder nog:

 

Er zijn nog wat andere aardige conclusies te trekken, zonder inhoudelijk op de keuzes van de samenstellers in te hoeven gaan. De ‘meest representatieve’ en de ‘meest excentrieke’ samensteller, bijvoorbeeld.

Wat eerstgenoemde betreft: Die titel moet dit jaar verdeeld worden tussen John den Braber van Nieuwe Revu en Soundz, Sjoerd Huismans van 3voor12, Timo Pisart van 3voor12, Jan Vollaard van NRC, Jasper van Vugt van Oor en Jazzism en Willem van Zeeland van 3voor12. Alle zes hadden ‘nul’ unieke albums in hun lijstje; andersom gezegd: zij allen hebben hun lijstje samengesteld uit albums die ook al door minstens één andere deelnemer zijn genomineerd. In 2014 waren er nog slechts vier deelnemers met nul unieke albums.

 

Aan de andere kant van het spectrum vinden we dan de meest excentrieke deelnemers. Dat zijn uiteraard de respondenten met de meeste unieke nominaties. Hier ook weer een relatief nieuwtje, want er was in 2015 voor het eerst sinds 2008 een deelnemer die een lijst met tien ‘unieke’ albums inleverde: René Megens van Oor en Jazzism. Hij gooit overigens al vele jaren met negen of acht unieke albums hoge ogen in categorie. Maar ‘alle tien uniek’ scoorde hij nog niet eerder. De laatste kandidaat die dat wel deed was Marcel Haerkens in 2008; maar hij is al jaren geen deelnemer meer. Ietsje minder excentriek waren dit jaar Annemarie Degens van Oor en AD, met acht unieke albums. En Kees Smallegange van Oor en Jazzism, en Hans van der Maas, ook Oor, met ieder zeven unieke albums.

 

Tenslotte nog enkele trivia:

 

Op een totaal van 269 genomineerde albums waren er in 2015 33 van eigen bodem. Dat is 12,3%. In 2014 was dat nog 12,6%, in 2013 10,1%, in 2012 8, 6 % en in 2011 7,7 %. Met een slag om de arm mag je volgens mij toch wel zeggen dat er door de jaren heen enige significante toename zit in de hoeveelheid Nederlandse muziek die genomineerd wordt. In dat percentage zitten echter nogal wat albums verdisconteerd die door slechts één deelnemer genomineerd zijn – en in feite dus slechts ‘ruis’ representeren. Maar dat geldt uiteraard voor alle genoemde jaren.

Het is daarom zinvoller om te lijken naar het aantal Nederlandse albums dat vaker genoemd wordt en bijvoorbeeld een plaats heeft gevonden in de top-20 van de Oor-jaarlijst. Tabel 9 geeft het aantal albums van Nederlandse origine in de top-20 van de Oorjaarlijst, bezien over een aantal jaren.

 

Tabel 9

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
Aantal NL in top-20 1 3 0 1 2 1 2 1

 

Vastgesteld kan worden dat de lijstjessamenstellers er in de loop der jaren niet chauvinistischer op zijn geworden, met dit jaar alleen ‘import-Amsterdammer’ Hunee in de lijst. Nogal een verschil met 2009, toen Moss, Anne Soldaat en De Staat alle drie hoog scoorden.

 

Nog een aardige waarneming met betrekking tot de organisator van de poll: Oor. Bij de 55-pollrespondenten zitten 25 medewerkers en redactieleden van Oor. Dus iets minder dan de helft van het deelnemersveld – en één minder dan vorig jaar. Als je hun stemgedrag apart bekijkt, zie je dat Sufjan Stevens ook bij hen met afstand op één staat met 97 punten. Maar dat onder Oorscribenten staat Tame Impala op twee (40 punten) en – heel opmerkelijk! – Kurt Vile op drie (eveneens 40 punten, maar één nominatie minder). En daarna, op plaats 4 pas Kendrick Lamar (36 punten), die hier zelfs amper afstand kan nemen van Courtney Barnett (34 punten) en Father John Misty). Verder lopen de lijsten weer redelijk parallel, maar die significante voorkeur voor Kurt Vile ten koste van Kendrick Lamar bij Oor is opmerkelijk.

 

kamasi

Kamasi Washington – The Epic

 

 

Een laatste feitje: Bij de 55 samenstellers van de jaarlijst 2015 zaten vijf vrouwen. Dat is weinig. In 2014 waren dat er nog zes. In 2013 eveneens vijf, in 2012 vier, evenals in 2011 toen er nog 60 deelnemers waren. In 2010 waren het er drie en in 2009 was er nog geen enkele. Kortom, hoe gering ook, er zit heel voorzichtig groei in het aandeel van vrouwen aan de jaarlijstjes. Natuurlijk is ‘lijstjes maken’ een typisch mannending, zoals alle triviahobbies. Maar dat neemt niet weg dat een andere man-vrouw verdeling bij de deelnemers ongetwijfeld een andere eindlijst had opgeleverd. Dat bewijst bijvoorbeeld onderzoek naar het stemgedrag bij de jaarlijkse Top-2000. Daaraan nemen ook nog altijd significant meer mannen dan vrouwen deel, maar het aantal vrouwen is daar ook als ‘minderheid’ nog zo groot dat er weldegelijk statistiek op valt te bedrijven. Dat is bij de vrouwelijke deelnemers aan de Oorjaarlijst niet op een betrouwbare wijze mogelijk.

 

Tot zover de lijstjesanalyse 2015. Tijd voor muziek, want daar had al het bovenstaande natuurlijk weinig mee te maken. Lekker plaatjes draaien. Vinyl uit de hoes, doekje er over, naald in de groef. Mooie klaphoes met tekstvel erbij. Ondertussen biertje opentrekken. Geloof mij: het woord ‘MP3-genot’ zal nooit ingang vinden.

 

Tot volgend jaar maar weer,

 

Peter Bruyn

Advertenties