Skip navigation

‘With a little Help’ klinkt bij Cocker méér dan ooit als noodkreet

Toen hij vrijdagavond het podium van de Amsterdamse Heineken Music Hall op kwam, met zijn gelaat immens uitvergroot op het videoscherm, was de associatie onmiskenbaar: Joe Cocker, die deze maand negenenzestig wordt, gaat uiterlijk steeds meer op Johnny Kraaykamp senior lijken. De oude Kraay in diens nadagen. Ernstiger is echter dat hij dezelfde Kraaykamp ook vocaal amper nog overtreft.

Ooit was Cocker de man met de indrukwekkendste ‘soulstrot’ in de popmuziek, die de doorleefde zangstijl van Ray Charles wist over te brengen naar het rockpubliek. Wie – zoals deze verslaggever – de middag voor het concert Cockers ‘Mad Dogs & Englishmen’-album uit 1970 nog eens terugluistert, of de inmiddels ook integraal uitgebrachte opnamen van het Woodstockfestival, moet zich in de Heineken Music Hall rot geschrokken zijn.
De man uit Sheffield pufte, kreunde en gromde, maar zingen was er nauwelijks bij. Hij stootte ruige klanken uit met een soort grof gekartelde spreekstem, waarbij de achtergrondzangeressen nog een ultieme poging deden om de boel in wat melodieuzere paden te leiden. Cockers zang klinkt tegenwoordig als noodkreet van een man die worstelt met een ernstige constipatie.

De Britse zanger is zijn hele carrière lang van anderen afhankelijk is geweest wat repertoire en productie betreft. Soms pakte dat goed uit, zoals in zijn begindagen en in de vroege jaren tachtig toen hij zijn comeback beleefde met hits als ‘ Up where we belong’ en ‘ Unchain my Heart’. Maar zijn vorig jaar verschenen album ‘Fire It Up‘ laat wel erg obligate ‘xeroxjes’ van zijn succesnummers horen. Een plaat die alle kaarten zet op de ‘ruwe-bolster-blanke-pit’-formule.
Begeleid door een goed spelende, maar alle rafelranden vermijdende zeskoppige band plus twee achtergrondzangeressen, worstelt de zanger zich door een twintigtal songs. Zeven daarvan komen van zijn nieuwe album – terwijl hij pikant genoeg de vijf daaraan voorafgaande albums volstrekt negeert.
Des te meer ruimte is er voor zijn succesnummers uit de vroege jaren zeventig en zeven songs – vrijwel allemaal ‘sentimentaaltjes’ – uit zijn jaren tachtig oeuvre. Cocker staat met maar liefst zeven liedjes in de meest recente editie van de jaarlijkse Radio 2 Top 2000 en die komen in de HMH stuk voor stuk voorbij. Tijdens het optreden wordt echter al snel duidelijk dat het vooral de suggestie van de oude successen is die het publiek krijgt voorgeschoteld. De zanger komt nauwelijks verder meer dan vocale uithalen van één enkele lettergreep. De hit ‘With a little Help from my Friends’ in de finale is niet alleen de kurk waar Cockers hele carrière op drijft, maar anno 2013 ook méér dan ooit een rake noodkreet.

Peter Bruyn

Gezien: vr 10 mei 2013, Heineken Music Hall, Amsterdam