Skip navigation

Oorjaarlijst-analyse 2012

Vanaf de late jaren zeventig keek ik ieder najaar weer met spanning uit naar het Kerstnummer van Oor. Het ‘lijstjesnummer’. In alle lijstjes van de deelnemende journalisten – toen alleen nog Oormedewerkers, niet meer dan een stuk of achttien – kruiste ik aan welke albums ik zelf ook in de kast had staan. Of welke ik ook goed vond! Zo kwam ik er achter met welke journalist ik de meeste affiniteit had, of juist de minste. Overigens is van de lijstenmakers uit die tijd inmiddels geen enkele meer van de partij.
In de jaren tachtig kwamen er ook dagbladjournalisten en collega’s van andere magazines en radio bij en vanaf 1988 werd ik zelf ook jaarlijks gevraagd om mijn lijstje in te leveren. Mijn enthousiasme om de lijsten van anderen minutieus door de nemen werd er niet minder door.

Alt-J - An Awesome Wave

Alt-J – An Awesome Wave

Behalve de sterke toename van het aantal deelnemers is ook de Oor eindlijst zelf sinds jaar en dag uitgegroeid van een top-10 tot een top-20 of top-25
Echter, hoe relevant zijn deze cijfers? Kun je wel tot in het oneindige blijven doortellen en rangschikken, of moet je ergens een duidelijke streep trekken om de zaken een beetje serieus betekenisvol te houden?
Lijstjes en statistieken worden steeds populairder, zowel in de media als in de marketing; denk alleen maar aan de jaarlijkse Top-2000 van Radio 2. En natuurlijk de pijna dagelijkse verkiezingspeilingen afgelopen zomer en alle heisa daar omheen.Zodra er op lijstjes vervolgens statistiek wordt bedreven en daar weer conclusies aan worden verbonden, komt daar vaak ook een schijn van exactheid of zelfs wetenschappelijke onderbouwing omheen hangen. Het mooie van lijstjes en statistieken is dat ze zich kort en bondig laten weergeven in een grafiekje of tabel. Sla er de dagbladen maar op na – de gratis treinkrantjes voorop.
Maar wat zegt zo’n lijstje, tabel of grafiek nou eigenlijk? En hoe betrouwbaar zijn de conclusies die er doorgaans in de media vanuit de losse pols worden getrokken? Om die vragen een beetje correct te beantwoorden is er bij de meeste tabellen of grafieken een toelichting nodig die heel wat meer ruimte kost dan dat simpele tabelletje of die lekker ogende grafiek.

Jack White - Blunderbuss

Jack White – Blunderbuss

Hoe is het onderzoek gedaan? Onder hoeveel respondenten? Onder welke omstandigheden? Wie was de opdrachtgever? In hoeverre is er sprake van ‘ruis’, oftewel: in welke mate zijn de gegevens die je gevonden hebt relevant. En in hoeverre zijn de verschillen tussen verschillende metingen en respondenten significant?
En zelfs als dat allemaal verzekerd is, hoe interpreteer je dan de uiteindelijke resultaten. Dat is misschien nog wel het meest heikele punt. Over al deze zaken schreef Coen de Bruijn – absoluut geen familie; de statistische kans om ‘Bruijn’ of ‘Bruyn’ te heten in dit land is behoorlijk groot – het zeer verhelderende boek ‘Van Tofu krijg je Geheugenverlies; Gekonkel en gestuntel met statistiek in media, politiek en reclame’ waar ik ook voor deze analyse dankbaar gebruik heb gemaakt.

Maar terug naar de muziek. Ik voer de ‘analyse’ dit jaar voor de zevende keer uit (2005, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012) wat – ervan uitgaande dat de groep deelnemers over die periode grofweg constant is – weldegelijk enig inzicht begint op te leveren. Hierbij de resultaten van een weekend tellen, hertellen en toetsen aan wat statistische principes:

Om te beginnen de top-25 zoals die in de Oor #12 (dec 2012/jan 2013) verschenen is, maar nu met het behaalde puntenaantal erbij vermeld – nummer één in ieder lijstje kreeg 10 punten, nummer twee 9, etc. Plus tussen haakjes het aantal keren dat het album genomineerd werd. Bij gelijk puntenaantal gaat hoogste aantal nominaties voor.

1 Alt-J – An awesome Wave 113 (17)
2 Jack White – Blunderbuss 92 (11)
3 Frank Ocean – Channel Orange 88 (13)
4 Cloud Nothings – Attack on Memory 85 (12)
5 The xx – Coexist 72 (11)
6 Tame Impala – Lonerism 70 (9)
7 Django Django – Django Django 57 (10)
8 Grizzly Bear – Shields 51 (8)
9 Alabama Shakes – Boys & Girls 41 (8)
10 Kendrick Lamar – Good Kid, M.A.A.D. City 38 (4)
11/12 Metz – Metz 37 (7)
11/12 Moss – Ornaments 37 (7)
13 Chromatics – Kill for Love 34 (6)
14 Jake Bugg – Jake Bugg ` 33 (6)
15 First Aid Kit – The Lion’s Roar 33 (5)
16 Beach House – Bloom 32 (7)
17 Dr John – Locked Down 31 (4)
18 Blaudzun – Heavy Flowers 30 (8)
19 Ty Segall – Twins 30 (5)
20 Allah-Las – Allah-Las 30 (4)
21 Michael Kawinuka 28 (5)
22 Case Mayfield – The many colored Beast 28 (4)
23 The Vaccines – Come of Age 27 (5)
24 Swans – The Seer 27 (4)
25 Mark Lanegan Band – Blues Funeral 25 (3)

Voordat ik het over de relevantie van deze lijst ga hebben eerst even een opmerking over de wijze van samenstellen. Doorslaggevend is hier het puntenaantal en bij gelijk puntenaantal is het aantal nominaties bepalend. Er is echter ook iets te zeggen voor een telling waarbij het aantal nominaties het zwaarste weegt en daarna pas – bij gelijk aantal nominaties – het totaal aantal punten dat een album scoort. De eindlijst van het Britse muziekblad The Wire is bijvoorbeeld op die manier samengesteld. Mede uit eigen ervaring weet ik dat lijstjessamenstellers misschien nog wel meer hechten aan de vraag welke tien platen in hun lijstje komen – en dus in Oor afgedrukt worden – dan aan de precieze volgorde van dat lijstje. Onderbouwing voor die gedachte vond ik in het verleden regelmatig bij het lezen van de blogs van diverse samenstellers. De vraag welke albums de top-10 überhaupt zouden halen leverde meer getob op dan de exacte positie van de tien geselecteerde albums.

Een alternatieve Top 28 waarbij het aantal nominaties doorslaggevend is zou er zo uitzien:

1 Alt-J – An awesome Wave 113 (17)
2 Frank Ocean – Channel Orange 88 (13)
3 Cloud Nothings – Attack on Memory 85 (12)
4 Jack White – Blunderbuss 92 (11)
5 The xx – Coexist 72 (11)
6 Django Django – Django Django 57 (10)
7 Tame Impala – Lonerism 70 (9)
8 Grizzly Bear – Shields 51 (8)
9 Alabama Shakes – Boys & Girls 41 (8)
10 Blaudzun – Heavy Flowers 30 (8)
11/12 Metz – Metz 37 (7)
11/12 Moss – Ornaments 37 (7)
13 Beach House – Bloom 32 (7)
14 Chromatics – Kill for Love 34 (6)
15 Jake Bugg – Jake Bugg ` 33 (6)
16 First Aid Kit – The Lion’s Roar 33 (5)
17 Ty Segall – Twins 30 (5)
18 Michael Kawinuka 28 (5)
19 The Vaccines – Come of Age 27 (5)
20 Kendrick Lamar – Good Kid, M.A.A.D. City 38 (4)
21 Dr John – Locked Down 31 (4)
22 Allah-Las – Allah-Las 30 (4)
23 Case Mayfield – The many colored Beast 28 (4)
24 Swans – The Seer 27 (4)

29 Mark Lanegan Band – Blues Funeral 25 (3)

(Marl Lanegan zakt hier naar plaats 29, omdat er in dit geval nog vier andere albums tussen komen met 4 nominaties, maar minder dan 25 punten. Omdat die verder in dit verhaal volstrekt irrelevant zijn laat ik die hier ook buiten beschouwing.)

Frank Ocean - Channel Orange

Frank Ocean – Channel Orange

De opvallendste verschil tussen de beide lijsten is de daling van Jack White met 2 plaatsen t.o.v. de ‘officiële lijst’ of ‘puntenlijst’. Natuurlijk valt ook de duikeling van Kendrick Lamar met tien plaatsen op, net als de stijging van Blaudzun met maar liefst acht plaatsen. Maar later zal ik uitleggen dat die bewegingen – vanaf pakweg de tiende plaats – in een veel grijzer gebied plaatsvinden.
Je kunt echter wel vaststellen dat een substantieel aantal deelnemers Blaudzun graag in het lijstje noemde, maar dan toch niet als absoluut topalbum. En omgekeerd waren er maar weinigen die Kendrick Lamar noemden, maar zij die dat deden vonden het album ook een onbetwiste topper (3x eerste plek en 1x derde).

Dan nu het echte werk. De relevantie van de lijst en de vraag hoe significant de verschillen zijn. Daarvoor gaan we terug naar de oorspronkelijke – maar wel gecorrigeerde – Oorlijst.

Wat de relevantie betreft:

– Er deden dit jaar vijfenvijftig samenstellers mee aan de jaarlijstjes. Vijf minder dan vorig jaar en in 2009. In 2010 waren er vijftig deelnemers en in 2008 maar liefst 64. In 2007 vijftig en in 2006 en 2005 werd er in beide gevallen door 44 samenstellers deelgenomen. Hoe meer deelnemers, of respondenten, hoe betrouwbaarder de statistiek en hoe meer mogelijkheden om de resultaten succesvol te analyseren en interpreteren. (Zie tabel 1)

Tabel 1
Jaar Aantal deelnemers
2005 44
2006 44
2007 50
2008 64
2009 60
2010 50
2011 60
2012 55

– De 55 deelnemers van 2012 hadden in theorie in totaal 10 x 55 = 550 verschillende albums kunnen nomineren. Ze nomineerden in totaal 292 albums, wat neerkomt op 5,31 ‘unieke albums’ per samensteller. Hoe meer unieke albums per lijstje, hoe meer de samenstellers van elkaar verschillen in hun opvatting wat de belangrijke platen van het jaar zijn. (Zie tabel 2) Daaruit mag je concluderen dat de samenstellers het in 2012 ietsje minder met elkaar eens waren dan in 2011, maar meer dan in 2009 en 2010. Om significante verschillen gaat het echter niet.

Tabel 2.
Jaar Aantal unieke albums per lijst
2007 5,56
2008 5,03
2009 5,53
2010 5,50
2011 5,20
2012 5,31

Hoewel je voorzichtig moet blijven, kun je hier ook nog een andere conclusie uit trekken:n namelijk dat de samenstelling van de groep respondenten in grote lijnen al jaren constant is. De praktijk leert dat bij de samenstelling van de Oorjaarlijst diverse specialismen – metal, punk, hiphop – vertegenwoordigd zijn, maar dat de meerderheid bestaat uit ‘allround’-muziekkenners en –professionals. Als plotseling de helft van de deelnemers bijvoorbeeld metal- of hiphopspecialist zou zijn geweest, is de kans groot – zeker weten doe je dat niet – dat het totale aantal genoemde albums aanzienlijk lager zou liggen met als gevolg een significant lager aantal ‘unieke’ albums per respondent.

Cloud Nothings - Attack on Memory

Cloud Nothings – Attack on Memory

– Van de 292 albums die in totaal genomineerd werden door de samenstellers van 2012, werden er maar liefst 194 slecht één keer genoemd. Dat is 66,4%. Op albums die slechts één keer genoemd worden is geen serieuze statistiek te beoefenen. Één keer genomineerd worden is niet zelden een toevalstreffer. Wat ons bij de jaarlijsten interesseert zijn die albums waarover wellicht niet alle, maar toch veel samenstellers het eens zijn. Kortom 194 van de 292 genomineerde albums zijn eigenlijk slechts ‘ruis’ binnen de statistiek. Het percentage ruis blijkt overigens tamelijk constant door de jaren heen: In 2011 66,7%; in 2010 69,9%; de jaren daarvoor 1 of 2 procentjes meer of minder. Echter geen significante verschillen.

– Maar doen de 98 resterende albums, die dus twee of meer keer genomineerd zijn, er dan allemaal statistisch wel toe? Ook daar kun je serieuze vraagtekens bij zetten. Maar om dat te kunnen doen moet je eerst enkele premissen vaststellen:

– Statistiek berust uiteraard op cijfers. ‘Harde cijfers’ wordt wel gezegd. En ‘cijfers liegen niet’. Maar cijfers kunnen wel onzin verkopen als je ze niet op de juiste wijze interpreteert. En die interpretatie berust op aannames en afspraken die in de logica ook wel ‘premissen’ worden genoemd. Uit de individuele lijstjes van 55 recensenten, journalisten en programmeurs – kortom insiders – wordt de lijst

The xx - Coexist

The xx – Coexist

samengesteld van albums die er toe doen. Stel nu eens dat je als minimumcriterium – of premisse – vaststelt dat een album interessant en relevant genoeg is om verder over te discussiëren als dat album door tien procent van de samenstellers wordt genomineerd (wat dus betekent dat negentig procent van de samenstellers de plaat in kwestie niet eens de moeite vindt om ook maar op de tiende plaats in zijn of haar lijstje te zetten!). Daarmee is de lat voor een ‘relevant album’ toch behoorlijk laag gehouden, lijkt mij. Door minimaal tien procent genomineerd betekent in het geval van de Oorjaarlijst 2012: door 5,5 samenstellers; dat is afgerond 6 samenstellers. Een blik op de Oor-lijst leert dan dat er onder plaats 14 – Jake Bugg – een dikke streep moet worden getrokken, met nota bene Kendrick Lamar als vreemde ‘indringer’ op plek 10. Er is natuurlijk nogal wat voor te zeggen om hier de alternatieve, op nominaties gebaseerde ranglijst te hanteren. Daar komt de streep ook onder nummer 15 (Jake Bugg), maar nu zitten ook Beach House en Blaudzun bij de ‘relevante’ albums. In tabel 3 zie je hoeveel albums er de afgelopen jaren door minimaal 10% van de respondanten werden genomineerd.

Tabel 3.
jaar Aantal albums door minimaal
10% respondenten genomineerd

2007 22
2008 12
2009 14
2010 21
2011 16
2012 15

Hoe meer albums door minimaal 10% van de respondenten genomineerd wordt, des te eensgezinder de groep. Dit is dus een andere wijze om de eensgezindheid van de deelnemende respondenten uit te drukken. Maar hier betreft het eensgezindheid met betrekking tot albums die ‘relevant’ waren voor in het betreffende jaar, niet de ‘absolute topper’. De tabel laat een wat schommelend verloop zien en vergelijking met tabel 2 leert dat de conclusie m.b.t. ‘eensgezindheid’ niet op basis van een enkel gegeven zoals gedefinieerd in tabel 1 of 2 kan worden gebaseerd.

Nog even terug naar het uitgangspunt voor tabel 3: Dat een album door 10% van de respondenten wordt genomineerd (en dus door 90% geheel wordt genegeerd) is toch wel een absolute minimumeis die je aan een album mag stellen om bij consensus ‘relevant’ te zijn, was mijn uitgangspunt. Alles daaronder kan redelijkerwijs niet per se als ‘oninteressant’ beschouwd worden, maar in praktijk vervangbaar door talloze andere en daarom statistisch minder bruikbaar. Dat wordt onderstreept als we straks naar de concrete puntenaantallen en de al dan niet significante verschillen daartussen gaan kijken. Waarmee gezegd is dat de klassering in de Oorlijst vanaf plek 16 nauwelijks nog enige statistische relevantie heeft (en dat de ‘Bubbling under’ lijst in vorige jaargangen die tot plaats 40 of 50 doorliep gewoon flauwekul was).

Tame Impala - Lonerism

Tame Impala – Lonerism

– Maakt verder niet uit, want het zijn natuurlijk de bovenste platen die er echt toe doen. Maar hoeveel doen ze er toe? Ik heb hierboven mijn ‘één op tien’ premisse voor relevantie toegelicht. Laten we het echter nu eens niet over ‘relevante’, maar over ‘echt belangrijke’ platen hebben. Albums waar werkelijk over gesproken wordt in het popcircuit. Albums waarover iedereen wel een mening heeft. Wat voor criterium leg je daarvoor aan? Dat is natuurlijk wederom een aanname, een premisse. Omdat ik deze analyse in m’n eentje zit te typen is het volgende niet echt een ‘consensus’, maar ik hoop dat de lezer mijn aanname begrijpt. Ik stel, evenals voorgaande jaren, voor dat een ‘belangrijk album’ een album is dat door minimaal één op de vier samenstellers überhaupt de moeite waard wordt gevonden om in zijn of haar eindlijstje op te nemen – dat impliceert dus dat drie van de vier samenstellers zo’n album niet noemen. Ook die lat is niet onredelijk hoog gelegd, lijkt mij. Dan zijn de belangrijke albums die albums die in 1012 minimaal 13,75 keer, dat is afgerond 14 keer, genomineerd worden. Dat blijkt er, net als vorig jaar, welgeteld één te zijn: Alt-J. Kortom, als je je kunt vinden in de door mij hier voorgestelde ‘1 op 4’ premisse, dan bestaat onder de Nederlandse recensenten en programmeurs die meededen aan de Oor-poll de consensus dat ‘An awesome Wave’ het enige album is dat die er werkelijk toe deed in 2012.

– Vergelijken met voorgaande jaren levert de volgende tabel op:

Tabel 4
jaar Aantal albums dat door minstens
25% van respondenten genomineerd
2007 3
2008 3
2009 2
2010 2
2011 1
2012 1

– Je zou dus – voorzichtig – kunnen stellen dat er in 2012 minder albums door het gezamenlijke Oorlijstjes-corps als ‘belangrijk’ zijn geclassificeerd enkele jaren geleden. Dat betekent dus dat er of méér op verschillende albums is gestemd, wat een teken is van minder gelijkgezindheid bij de respondenten, of dat méér deelnemers nadrukkelijk voor Alt-J hebben gekozen, wat juist op méé eenstemmigheid zou wijzen. Saar ga ik in de volgende paragraaf dieper op in. Op de vraag hoe overtuigend de nummer 1 positie van Alt-J is ten opzichte van de nummers 2 en 3 in 2012 kom ik later nog terug.

Django Django - Django Django

Django Django – Django Django

– Hoeveel consensus bestaat er met betrekking tot de nummer één positie? Je zou het aantal nominaties gedeeld door het aantal samenstellers het ‘nominatie quotiënt’ (NQ) kunnen noemen. En het aantal behaalde punten gedeeld door het maximaal haalbare aantal punten de ‘score quotiënt’ (SQ). Hoe hoger de quotiëntwaarde des te meer consensus er bestaat m.b.t. die plaat als ‘plaat van het jaar’. De maximaal haalbare waarde voor zowel SQ als NQ is dan 1,0. Als we kijken naar de nummer één albums van de afgelopen vijf jaar, dan zien we:

Tabel 5:

Jaar album SQ NQ
2012 Alt-J 0,21 0,31
2011 PJ Harvey 0,16 0,22
2010 Arcade Fire 0,21 0,32
2009 The XX 0,18 0,27
2008 TV on the Radio 0,21 0,33
2007 Arctic Monkeys 0,20 0,28

Dit zijn geen grote verschillen. Je kunt uit het lijstje vooral afleiden dat de consensus met betrekking tot PJ Harvey, voorig jaar, iets minder groot was dan die met betrekking tot de andere nummer een posities.

Ook over de significantie van het rangorde in de top 20 van 2012 kan weldegelijk het één en ander opgemerkt worden:

– Bij de statistiek van wetenschappelijke meetresultaten is ‘significantie’ een belangrijk begrip. Een rekenmachine is een dom ding. Die berekent alle mogelijke gegevens die je er in stopt tot talloze cijfers na de komma. Maar je hebt alleen wat aan gemeten verschillen als je zeker weet dat dat verschil niet het gevolg is van toeval of van onnauwkeurigheden in de meetmethode of –apparatuur. Als ja elke dag de koolmezen telt die naar het voederhuisje op je balkon komen en je berekent dat dat er dit jaar 6,8763 zijn terwijl het er vorig jaar nog 6,8764 waren, dan is het onzin om te zeggen dat er dit jaar minder koolmezen gekomen zijn. Dat vierde cijfer achter de komma rolt weliswaar uit de rekenmachine, maar gaat in de realiteit nergens over. En er is nog iets. Als je in de biologie de verontreiniging van slootwater wilt meten moet je er rekening mee houden dat ook water dat we als ‘schoon’ beschouwen nog een zekere hoeveelheid verontreiniging bevat. Moeilijker wordt het al met het analyseren van door enquêtes verkregen kwantitatieve gegevens in de menswetenschappen. Als je honderd mensen interviewt en 49 zeggen dat ze prettig wonen in hun wijk terwijl 51 procent van de bewoners van dezelfde wijk zegt zich onprettig te voelen, is de conclusie dat een meerderheid zich onprettig voelt onzorgvuldig. Bij zo’n enquête spelen er zoveel verontreinigende factoren mee, dat die twee stemmen verschil absoluut geen significant onderscheid veroorzaken – al is het maar dat ‘klagers’ doorgaans eerder hun verhaal kwijt willen dan mensen met wie het prima gaat. Als 90 mensen zeggen zich onprettig te voelen en 10 mensen prettig, dan kun je echter wel betrouwbaar van een duidelijke meerderheid spreken. Bij onze jaarlijstjes ligt het natuurlijk wel ietsje subtieler. Maar een redelijke minimum eis lijkt mij dat een verschil significant is als het niet door één extra samensteller teniet kan worden gedaan. Eén extra samensteller staat voor een verschil van maximaal 10 punten.

Grizzly Bear - Shields

Grizzly Bear – Shields

– Een blik op de jaarlijst 2012 leert dan dat de kloof tussen nummer 1 en 2 – Alt-J en Jack White – 21 punten bedraagt. Dat is zondermeer een significant verschil. Zelfs als er twee jaarlijstjesdeelnemers zouden zijn die bij het maken van hun lijstje even een black out hadden en Jack Wite überhaupt niet noemden, terwijl ze dat album eigenlijk op nummer 1 hadden willen zetten, dan nog zou Alt J een punt voor blijven. Een afgemeten toppositie dus, waar statistisch niets op valt af te dingen. Verderop in de lijst zijn de verschillen echter heel wat minder significant.

– Dat begint al bij de nummers 2, 3 en 4. Tussen Jack White (2) en Cloud Nothings (4) zit zeven punten verschil. Eén enkele respondent had Cloud Nothings dus naar plek 2 kunnen duwen. De volgorde zoals in de lijst is dus formeel correct, maar het gaat om nipte, nauwelijks significante verschillen. Tussen Cloud Nothings en The xx op plek 5 zit daarentegen wel weer een significante afstand – terwijl The xx en Tame Impala qua punenaantal weer niet signioficant verschillen. Na plek 6 volgt er echter weer een serieuze kloof naar Django Django, waarvan ook wel gezegd kan worden dat het zich stevig in de top-10 geworteld heeft. En hetzelfde geld voor Grizzly Bear op plek 8.

– Maar daaronder begint het ‘grijze gebied’. De negen albums van plek negen tot en met zeventien – Alabama Shakes tot en met Dr John – zijn verwikkeld in een soort stoelendans waarbij dankzij één wispelturige lijstjesrespondent elk van deze negen op elk van de andere plekken negen tot en met zeventien zou kunnen komen. En voor de albums die daaronder staan geldt dat nog sterker: Eén extra nummer één notering zou Mark Lanegan twaalf plekken omhoog schieten naar de dertiende plek. Kortom wat puntenaantallen betreft kun je de Oorjaarlijst vanaf plek negen het beste met een flinke schep zout nemen.

Alabama Shakes - Boys & Girls

Alabama Shakes – Boys & Girls

– De onomstotelijke realistische interpretatie van de lijst doet ons dus vaststellen dat de volgorde van plaats negen tot en met vijftien in de lijst bijna net zo goed door het werpen van een dobbelsteen bepaald had kunnen zijn. Nogmaals, ik heb het hier alleen over de rangorde. Want dat ze in de lijst staan heeft weldegelijk enige relevantie omdat ze, zoals we eerder vaststelden door minimaal 10% van de lijstdeelnemers zijn genomineerd.

Samengevat levert dit de volgende realistische conclusies op m.b.t. de Oorjaarlijst 2012:
De cijfers over het totaal aantal genomineerde albums door de deelnemende respondenten, in combinatie met de ‘ruis’ – slechts 1 keer genoemd – leert dat het deelnemersveld aan journalisten, boekers, dj’s, etc in grote lijnen net zo gemêleerd was als de voorgaande vijf jaar. Afgaand op de lijstjes heeft Alt-J onomstotelijk het beste album afgeleverd op enige, maar significante afstand gevolgd door Jack White, Frank Ocean en Cloud Nothings. Dit trio heeft een niet meer in te lopen voorsprong op het duo The xx en Tame Impala, die op hun beurt weer een significante voorsprong hebben op Django Django en Grizzly Bear. Daarna volgt vanaf plek negen een zevental albums dat weliswaar ‘relevant’ genoemd kan worden omdat ze door minimaal 10% van de respondenten zijn genoemd, maar qua rangorde onderling inwisselbaar blijken. Afgaande op het aantal nominaties echter, blijken de albums van Blaudzun en ook Beach House relevanter dan de in Oor afgedrukte rangorde doet vermoeden. Vanaf plek zestien hadden, afgezien van Blaudzun, even zo gemakkelijk even zo vele andere albums kunnen staan. Ruis en willekeur maken het onmogelijk de in Oor afgedrukte lijst vanaf plek zestien nog enigszins statistisch serieus te nemen.
Tegelijk is de conclusie gerechtvaardigd dat de variatie in het keuzegedrag van de respondenten over de afgelopen jaren vrijwel constant is gebleven.

En verder nog:

– Er zijn nog wat andere aardige conclusies te trekken, zonder inhoudelijk op de keuzes van de samensteller in te hoeven gaan. De ‘meest representatieve’ en de ‘meest excentrieke’ samensteller, bijvoorbeeld. Wat eerstgenoemde betreft: Die titel moet dit jaar verdeeld worden tussen Peter van Brummelen, Gijsbert Kamer, Menno Pot, Tom Springveld, Hanna Vink en Rob van der Zwaan – volgens mij een recordaantal! Zij allen hadden ‘nul’ unieke albums in hun lijstje; andersom gezegd: zij allen hebben hun lijstje samengesteld uit albums die ook al door minstens één andere deelnemer zijn genomineerd. Ik heb voor de aardigheid de lijstjes van deze zes ‘representatieven’ nog eens doorgenomen en geteld hoeveel albums zij genomineerd hebben die ook in de de uiteindelijke top-10 terecht gekomen zijn. Dan blijkt Parools Peter van Brummelen de ’aller meest representatieve’ respondent. Menno Pot en Rob van der Zwaan hoorden afgelopen jaar trouwens ook al tot de meest representatieve respondenten.

Kendrick Lamar - Good Kid, M.A.A.D. City

Kendrick Lamar – Good Kid, M.A.A.D. City

– En dan de meest ‘excentrieke’ deelnemer. Dat is uiteraard de respondent met de meeste unieke nominaties. Er is dit jaar – evenals de twee vorige jaren – geen enkele respondent die tien albums in zijn/haar lijstje had staan die verder door niemand genoemd werden. Drie deelnemers leverden echter negen unieke nominaties: Nieuwe Revu’s Lars Meijer, Franbs Steensma van Oor’s Popencyclopedie en – jawel – de schrijver van deze analyse (en ik zweer met mijn hand op mijn hart dat hier van geen opzet sprake is). Joohn van Luyn, René Megens en Theo Ploeg mogen zich met acht unieke albums in hun lijstjes ‘aspirant excentriek’ noemen.

Tenslotte nog enkele trivia:

– Op een totaal van 292 genomineerde albums waren er in 2011 25 van eigen bodem. Dat is 8, 6 %. Vorig jaar was dat 7,7 %. Geen schokkend verschil – want in praktijk één, hooguit tweealbums – en dat blijkt al jaren hetzelfde, altijd schommelend rond de 8%. Wat wel varieert is het aantal Nederlandse albums dat de top-20 van de eindlijst haalt. Dit jaar twee (Moss en Blaudzun). In 2011 was dat er één (Spinvis). In 2010 geen enkele. In 2009 drie (Moss, Anne Soldaat en De Staat) en in 2008 alleen Voicst. Opmerkelijk: Op Voicst en Blaudzun na allemaal albums die bij het Excelsior-label zijn verschenen.

– Nog een aardig – hoewel niet sensationeel – cijfer met betrekking tot de organisator van de poll: Oor. Ik had al laten zien dat 17 van de 55 respondenten winnaar Alt-J nomineerden, wat een nominatiequotiënt van 0,31 opleverde (tabel 5). Bij die 55 deelnemers zaten 23 medewerkers en redactieleden van Oor. Door hen werd Alt-J negen keer genomineerd, wat een nominatiequotiënt van 0,39 oplevert. Ik vraag mij af of je dat verschil bij dit aantal significant kunt noemen maar misschien mag je concluderen dat Alt-J bij Oor-redacteuren en medewerkers bovengemiddeld goed ligt.

– Een laatste feitje: Bij de 55 samenstellers van de jaarlijst 2012 zaten vier vrouwen, evenals in 2011, hoewel er toen nog 60 deelnemers waren. In 2010, bij vijftig deelnemers, waren het er nog drie en in 2009 was er geen enkele vrouwelijke respondent. Natuurlijk is ‘lijstjes maken’ een typisch mannending, zoals alle triviahobbies. Maar dat neemt niet weg dat een andere man-vrouw verdeling bij de deelnemers ongetwijfeld een andere eindlijst had opgeleverd. Op de lijstjes van de vier vrouwelijke deelnemers van 2012 valt geen serieuze statistiek te bedrijven. Hooguit kun je stellen dat het bovengemiddeld nis dat drie van hen Blaudzun genomineerd hebben. Maar dat kan ook gewoon toeval zijn. Vorig jaar noemde ik reeds dat er bij deelnemers aan de jaarlijkse top-2000 wel een significant verschil in muzieksmaak tussen mannen en vrouwen blijkt te zijn . Aan de top-2000 – waaraan ook nog altijd significant meer mannen dan vrouwen deelnemen – is het aantal vrouwelijke deelnemers zo groot, dat daar wel een aparte statistiek op bedreven kon worden. Bij een microsymposium, eind 2011 in Hilversum, waarbij wetenschappers hun licht lieten schijnen op het verschijnsel Top-2000, bleek dat vrouwen weldegelijk andere muzikale voorkeuren hebben dan mannen. Als dat geldt voor ‘gewone luisteraars’ is het niet onredelijk om aan te nemen dat dat bij ‘professionele luisteraars’ niet anders is.

– Betekent al deze relativering nu dat het maken van jaarlijstjes een onzinnige bezigheid is? Wis en waarachtig niet! Het is voor velen – waaronder ondergetekende – een heerlijk tijdverdrijf in de laatste weken voor kerst. Het leidt niet zelden tot fascinerende discussies. En het laat je altijd weer kennis maken met nieuwe muziek. Wat wil een mens nog meer?

Tot volgend jaar maar weer,

Peter Bruyn

%d bloggers liken dit: